Intervieuw met Micheal McDonald

January 7, 2013Muziek Standard

De man met de staalblauwe ogen en de woeste grijze baard houdt zich op zijn laatste album weer bezig met dat wat hij het beste kan: het zingen van gloedvolle soulsongs. Motown-klassiekers, om precies te zijn. “Als ik die songs hoor, krijg ik heimwee naar vroeger.”

Ik heb begrepen dat je een ware muziekprofessor bent als het om de jaren vijftig en zestig gaat.
“Ik ben een echte liefhebber, ja. Ik ken de American Songbook bijna helemaal uit mijn hoofd. Dat is een groot voordeel, ik kon en kan als songschrijver putten uit alle goede dingen die de popmuziek in de jaren vijftig en zestig heeft voortgebracht. Ik heb op een of andere manier altijd goede songs aangetrokken, misschien is dat wel mijn grootste kwaliteit.


“Die liefde voor muziek heb ik van mijn vader. De beste man zong dag en nacht. Niet super-professioneel of zo, maar hij had echt een geweldige stem. Mooi, donker en met heel veel gevoel. Hij was een tenor die traditionele Ierse liedjes zong in pubs, waarbij hij zichzelf begeleidde op piano. Mijn vader werd verafgood in St. Louis, waar wij woonden. Ik heb vaak tegen hem gezegd dat hij het ver had kunnen schoppen, maar hij had daar echter geen enkele interesse in. Ik wel, daarom heb ik op 18-jarige leeftijd mijn boeltje gepakt en ben naar Los Angeles gevlogen. Maar goed, als mijn vader vroeger moest optreden, ging ik vaak met hem mee. Dan reden we met z’n tweetjes in zijn Ford Fairlane door St. Louis en als we dan op de radio Can’t Stop Loving You van Ray Charles of Mona Lisa van Nat King Cole voorbij hoorden komen, draaiden we de volumeknop omhoog en zongen we de songs in harmonie mee. Terwijl ik nog niet eens over het dashboard heen kon kijken. Dat is een herinnering die weer boven kwam drijven toen ik Motown aan het opnemen was. Als ik die songs hoor, krijg ik heimwee naar vroeger.”

De nummers van je nieuwe album Motown heb je jarenlang in coverbandjes gezongen voor je bekend werd. Was dat een goede leerschool?
“Absoluut! Dat was heel belangrijk voor mij. De kracht van elke goede coverband moet liggen in de imitatiekunst van de songs. Ik probeerde als zanger zo dicht mogelijk bij het stemgeluid van mensen als Charles, Sinatra en Tony Bennett te komen en ik bleek daar erg goed in te zijn. Zo creëer je ongemerkt een eigen sound die mensen ook als dusdanig gaan herkennen. Een paar jaar terug deden we een reünietour met de Doobie Brothers en Pat Simmons was verbaasd dat mijn stem zeventien jaar later nog precies hetzelfde klonk. Het rare is dat ik er helemaal niets voor hoef te doen. Ik heb geen smeerseltjes of stemoefeningen nodig om mijn stem zo te laten klinken. Ik open mijn mond en het is er.”

Jij hoeft maar ‘aaaaaaaaah’ te zingen en de hele wereld herkent Michael McDonald. Daar kan geen zangopleiding tegenop.
“Het is grappig dat je dat zo zegt. Dat zijn namelijk exact de woorden die Donald Fagen gebruikte toen hij mij als broekie naar Steely Dan haalde. Jeff Porcaro [wijlen Toto-drummer] had mij een keertje horen zingen bij een studiosessie en was direct weg van mijn stem. Door zijn goede contacten kwam ik bij Steely Dan terecht. Ik wist in die tijd nog niet echt waar ik stond als zanger, Donald Fagen gaf namelijk nooit complimentjes. Toen Jeff Baxter [gitarist] mij voor de Doobie Brothers strikte, kwam Donald naar mij toe en zei: ‘You lucky bastard! Je hebt zo’n mooie stem en nu ga je met die idioten op stap’. Nou, dat beschouwde ik dan maar als een compliment. Later heeft hij gezegd dat dat ook zo bedoeld was.”

Heb je je in het begin niet afgevraagd wat jij als soulvolle zanger in de Doobie Brothers te zoeken had?
“Oh ja. Ik kwam in een band terecht die vooral goed was in het spelen van strakke blues en rock. Ik was beïnvloed door soul en jazz. Maar goed, voor de andere Doobies was ik ‘de laatste hoop’ omdat hun succesvolste songschrijver Tom Johnston de band had verlaten. Ik twijfelde in het begin nog aan mijn songschrijverscapaciteiten, tot mijn nummers Takin’ It To The Streets en It Keeps You Runnin’ hits werden. Toen bleek dat mijn Motown-invloeden werkte voor de Doobie Brothers. En het werkt nu ook weer voor mij.”

Toch moet je overgang naar de Doobies een behoorlijke cultuurschok voor je geweest zijn.
“Zij waren in meerdere opzichten een stelletje barbaren. Ze zopen, dronken en zaten continu achter de vrouwen aan. Ik was in die tijd wat verlegen, maar dat duurde niet lang. Door het succes veranderde ik binnen een paar jaar van een rustige, evenwichtige tiener in een zuipende en snuivende rockster. We waren in die jaren [de tweede helft van de jaren zeventig] echte supersterren in Amerika. We vlogen rond in ons eigen vliegtuig en huurden hele verdiepingen van vijfsterren-hotels af. We geloofden in onze eigen mythe, maar niemand buiten de band wist dat het vliegtuig na elke vlucht met tape en staalkabels moest worden opgelapt, anders zou het zo uit de lucht donderen. Ja, achter al dat sterrendom zaten een hoop problemen verscholen. Wij waren Spinal Tap in levende lijve, maar dan zonder de humor. Het rare is dat de mensen met het meest extreme gedrag die jaren hebben overleefd en dat juist de ‘gematigde’ jongens zijn overleden. Percussionist Bobby LaKind stierf in 1992, notabene na een jarenlange heroïneverslaving, terwijl hij juist de man is geweest die mij met zijn wijze woorden altijd overeind heeft weten te houden.”

Je bent zelf ook niet vies geweest van het een en ander, heb je alle verslavingen inmiddels volledig overwonnen?
“Nou, volledig… De laatste vijftien jaar is het mij gelukt om van de drank en drugs af te blijven. Maar ik leef nog steeds van dag op dag. Wat dat betreft zal ik altijd verslaafd blijven. Ik ben nu 51 jaar, maar ik was meer dan 25 jaar op een afschuwelijke manier verslingerd aan alles wat God verboden heeft. Ik heb heel hard tegen die verslavingen moeten vechten. Samen met mijn goede vriend Jeff Bridges [acteur] heb ik die strijd gestreden en we hebben het samen gered.”

Verpest die eeuwige strijd jouw herinneringen aan de wilde jaren zeventig, of kun je toch met enig plezier terugkijken?
“Het was een idiote tijd, maar het was geweldig om erbij te zijn. Ik heb met volle teugen genoten van de rock & roll-extravaganza van de jaren zeventig. Mijn dochter ook trouwens! Tijdens de succesdagen van de Doobies was ze ongeveer vier jaar en overal waar zij kwam, stond er snoep en limonade klaar en ze werd ook nog eens rondgereden in een bus met duizenden lichtjes. Het leek wel een rijdende Disney-film. Zij was als kind heel erg gehecht geraakt aan al die excessieve dingen. Toen ik besloot om bij de Doobie Brothers weg te gaan, zag zij dat dan ook als een onvergeeflijke daad. Toen ik thuis kwam van onze Farewell Tour, holde ze huilend naar beneden: ‘Pappa, waarom ben je gestopt met de Doobie Brothers?’ Ze begreep niet dat we door dat belachelijke gedrag heel veel door de vingers hadden laten glippen.”

Heb jij dezelfde muzikale band met je kinderen als jij die had met je vader?
“Toen ze jong waren, vonden ze mijn muziek geweldig. Ze hadden allemaal een geweldige muzikale smaak, want ze luisterden alleen maar naar de platen van pappa, haha! Later werd ik de oude grijze vader die recht vanuit de hel op aarde was gezet om hen ervan te weerhouden de dingen te doen die ze zo graag wilden. In mijn zoon zie ik heel veel dingen terug van de jonge Michael McDonald. Hij is nu in de twintig, maar in zijn tienerjaren ben ik alleen maar bezig geweest om hem op het rechte pad te houden. Nu besef ik dat hij als rebel is geboren. Dat is geen negatieve kwalificatie, ik was immers precies hetzelfde. Alleen hoop ik dat hij niet dezelfde fouten maakt als zijn vader.”

Hij zal je ook wel duidelijk hebben gemaakt dat je huidige muziek niet echt afgestemd is op de hitlijsten.
“Haha, dat wrijft hij me bijna dagelijks in. Hij zei ooit tegen mij: ‘Pa, moet je jezelf nu eens in de spiegel bekijken. Je zat in een van de beste bands ter wereld en alle vrouwen wilden je. Nu ben je een trieste oude man geworden die met tweederangs artiesten op het podium staat. Je maakt alleen nog maar zielige rommel’. Ik sputterde wat tegen en begon te zeuren over de in mijn ogen afschuwelijke teksten van zijn favoriete bands. En de slechte invloed die zij hebben op de Amerikaanse jeugd. Man, ik hoorde het mezelf zeggen! Uiteindelijk zei hij heel droog tegen mij: ‘Nee, jíj was een goed voorbeeld voor de Amerikaanse jeugd’. Ik begon direct te blozen. Hij had volkomen gelijk.”

Streef je nog steeds succes na, of heb je tegenwoordig andere drijfveren?
“Ik zal altijd de muziek blijven maken waar ik van hou. Motown bevat misschien wel de beste songs die ooit zijn gemaakt en zonder arrogant te klinken: ik denk dat mijn stem absoluut recht doet aan die nummers. Dat ik daar geen enorme successen meer mee haal, baart mij geen zorgen. Ik maak er met collega’s en generatiegenoten zoals Don Henley, Jackson Browne en Brian Wilson weleens grappen over. Wij lachen een beetje om de artiesten die nu in de hitlijsten staan. Natuurlijk zou ik wel weer een hit willen scoren, maar dan zou ik al rappend met mijn grijze haardos en dit buikje een clip met mooie vrouwen moeten opnemen. Mmm, dat is trouwens niet eens zo’n slecht idee.”