Flash variant

Portret van een familie, een historisch document

Hoewel de film ‘Ver van familie’ gedragen wordt door een duidelijk verhaal – Barbie die het contact met haar familie verloren heeft zoekt haar grootmoeder – wordt de kleur en de context bepaald door de Indische familie.
 
 
 
De familie is belangrijk in het aanpassingsproces van migranten, ook voor de Indo’s die nadat Indonesië onafhankelijk werd in groten getale naar Nederland kwamen. Niemand weet precies om hoeveel mensen het gaat, maar naar schatting waren er rond 1986 – het jaar waarin het verhaal van de film zich afspeelt – zo’n 350.000 Indo’s en hun nakomelingen in Nederland. Aanvankelijk kwamen ze terecht in contractpensions en werden ze verspreid over het hele land, van Zuid-Limburg tot Friesland. Ze kregen bij aankomst les in aardappelen schillen. Indo’s waren immers gewend van zich af te schillen, terwijl men in Nederland het aardappelschilmesje naar zich toe haalt. In de pensions moest gegeten worden wat de pot schaft en nasi goreng stond meestal niet op het menu. Onverkoopbare kleding uit de plaatselijke winkel werd ter beschikking van de net gearriveerde Indo’s gesteld, maar dat werd dan wel van hun inkomen afgehouden. Veel Indo’s waren nog nooit in Nederland geweest en degenen die het land wel eens gezien hadden kenden het van de verlofperiodes, waar hogere ambtenaren af en toe recht op hadden. Ze spraken de taal van het nieuwe land en kenden de geschiedenis omdat ze die op school hadden geleerd. Een inburgeringscursus hadden ze niet nodig. Er was echter zoveel zo heel anders. De aanpassing verliep niet voor iedereen even gemakkelijk.
 
 
 
In die jaren van aanpassing werd de familie belangrijker dan ze ooit in Nederlands-Indië was geweest. Men verlangde de mensen te zien die het land vanwaar ze vertrokken waren kenden, die verhalen vertelden over plaatsen en mensen die vertrouwd waren en men wisselde manieren uit om kwee mangkok of kwee lapis met in Nederland beschikbare ingrediënten te maken uit. Zo zorgde de familie voor steun bij het aanpassingsproces. De familie werd de kern van wat je de Indische cultuur zou kunnen noemen. Want de Indo’s die naar Nederland waren gekomen waren zo verschillend. Ze kwamen uit verschillende sociale lagen van de bevolking: van ambtenaar tot KNIL-soldaat. Ze kwamen uit verschillende gebieden van de archipel. Zelfs Batavia en Soerabaja, beide op Java gelegen, lagen net zo ver uit elkaar als Breda en Barcelona. En ze hadden alle kleuren van de regenboog, want elke nieuwe combinatie van partners kon de meest onverwachte varianten voortbrengen. Van zwart haar en blauwe ogen tot blond met erg donkere ogen, van een bleke huid tot een erg donkere huid. Wat Indo’s deelden was de herinnering aan de oorlog met de Japanners, de interneringskampen, en de heimwee naar het land waar ze hun jeugd hadden doorgebracht. Alleen binnen de familie vonden ze daar iets van terug. Binnen de familie was er plaats voor de verhalen, voor de manier van eten, voor de liedjes die ze zich herinnerden, voor de krontjong en de Hawaï muziek die ze maakten, zelfs voor de manier waarop ze op hun hurken gingen zitten om sambal te oeleken.
 
De tweede generatie Indo’s groeide op binnen de Indische familie en leerde daarnaast de Nederlandse buitenwereld kennen. Veel meer dan de vriendjes en vriendinnetjes op school hadden ze een groot scala aan tantes en ooms die regelmatig op bezoek kwamen, waar ze gingen logeren. Soms was niet eens duidelijk of het wel om echte familie ging. Iedereen die iets met het verleden, met het land dat verdwenen was, te maken had, leek oom of tante te worden genoemd. De warmte en de zekerheden die de familie verschaften was de basis waarop Indo’s zich konden aanpassen aan Nederland.
 
Kun je als migrant overleven zonder familie? Barbie herinnert zich de bijeenkomsten met de familie en als ze er na de dood van de vrouw die haar heeft opgevoed plotseling helemaal alleen voor staat, wil ze haar oma zien. Oma’s zijn immers degenen die de familie bij elkaar houden. Oma kan Barbie helpen de beslissingen te nemen over vragen waar ze geen antwoord meer op heeft.
 
‘Ver van familie’ is een historisch monument omdat de Indische familie er waarheidsgetrouw en gedetailleerd in wordt gereconstrueerd. Het is ook niet voor niets dat de film zich in 1986 afspeelt, de tijd dat de eerste generatie Indo’s nog relatief jong was, actief deel uitmaakte van de Indische familie, en de tweede generatie zijn plek in de nieuwe samenleving begon te vinden. Het is een kijkje in de keuken, in avondjes waarop muziek gemaakt wordt, in de huiskamers met de vele familiefoto’s en de gekoesterde voorwerpen die de herinnering aan het land van herkomst levend houden en in het belang van de verhalen die de familieleden elkaar vertellen. Het familiedrama speelt zich af tegen die achtergrond.